Op vrijdag 2 januari bezochten we samen met twee vriendinnen het doecentrum voor wetenschap en technologie Technopolis in Mechelen. We gaan ervan uit Technopolis welbekend is, of dat de meeste Vlamingen er op z’n minst al van gehoord hebben. Ter plekke zagen we echter een aankondiging over de Waalse tegenhanger SPARKOH!, gelegen nabij Bergen. En om eerlijk te zijn vielen wij, zelfbenoemde wetenschapsliefhebbers, compleet uit de lucht!
Technopolis opende de deuren in februari 2000. Slechts enkele maanden later in mei volgde SPARKOH!, weliswaar toen nog onder de minder catchy naam Parc d’Aventures Scientifiques et de Société (oftewel PASS). De beide centra konden in 2025 dus hun 25ste jubileum vieren. Dat was dan ook de aanleiding voor een actie waarmee je met je ticket voor Technopolis ook toegang kreeg tot SPARKOH!. De actie liep weliswaar tot het einde van de kerstvakantie, dus nieuwsgierig gingen wij op de valreep zondag 4 januari langs bij onze zuiderburen.

We bezochten de twee centra onder heel andere omstandigheden en de bedoeling van deze blogpost is dus niet om een eerlijke vergelijkende studie te maken. Voor wie daar wel geïnteresseerd in is, een korte samenvatting van onze algemene indruk: Technopolis en SPARKOH! hebben een heel aantal opstellingen of demo’s gemeenschappelijk, maar in een heel andere stijl — Technopolis profileert zich veeleer als een speelruimte voor de jongere generatie met wetenschappelijke experimenten als inkleding, terwijl SPARKOH! naar ons aanvoelen meer inzet op het bijleren over die experimenten, maar zonder in te boeten aan plezier. Het zijn alleszins niet zomaar kopieën van elkaar, en wie de ene met plezier bezoekt (of na vele bezoekjes een beetje beu is) kan zeker ook z’n hart ophalen in de andere.
Wél willen we hier het Waalse equivalent eens in de kijker zetten, want na een korte rondvraag blijkt dat we niet de enigen zijn die nog nooit van SPARKOH! hadden gehoord. Dat wordt ook weerspiegeld in het bezoekersaantallen: SPARKOH! had in 2024 zo’n 95 000 bezoekers en Technopolis er 285 000 — drie keer zo veel. Ons bezoek op uitgerekend de laatste zondag van de kerstvakantie geeft ongetwijfeld een vertekend beeld maar voor ons voelde het allemaal nogal leegjes. Als je het ons vraagt, geheel onterecht!
Technopolis?
Nog nooit Technopolis bezocht? Dan geven we snel een overzicht in vogelvlucht: het gaat om een interactief wetenschapscentrum met een grote zone waar kinderen (en ja, ook volwassenen) kunnen ravotten tussen tal van interactieve opstellingen. Denk aan een fiets met vierkante wielen, een fiets in de lucht op een dunne koord, een wiel van Maxwell die je metershoog katapulteert, een plasmabol, gyroscopen, magneten, lichteffecten, draaischijven, doolhoven, tandwielen, slingers, … Je kan er een robothond bestuurd zien, een gigagrote knikkerbaan volgen, noem maar op. Het avontuur begint buiten al, waar je met een levensgrote installatie het hefboomprincipe kunt ervaren al een auto opheffen, en ook een doe-tuin buiten biedt je de kans om verder te experimenteren.



Naast de grote centrale “speelhal” en gelijkaardige zone aan de ingang was er ook de interactieve expo Doolhoofd gericht op de jongsten onder het doelpubliek en meerdere thematische expo’s: Zeekracht over de rol van de zee in de samenleving van morgen, Biotopia over een verantwoorde ecologische samenleving, ON/OFF over nieuwe technologieën en — uiteraard — een nieuwe expo over artificiële intelligentie. Deze expo’s hebben merkbaar meer informatie en minder interactieve componenten. Tot slot zijn er een aantal zalen waar heuse shows worden opgevoerd alsook ruimtes voor workshops.


We hebben ons zeker en vast geamuseerd tijdens ons bezoek. Toch bleven we een beetje op onze honger zitten, want zeker in de interactieve hallen misten we wel wat meer achtergrondinformatie. Op een heel aantal installaties stonden niet meer dan enkele instructies en had je het raden naar de wetenschappelijke ideeën, maar vaak ontbraken instructies zelfs ronduit. Uiteraard belet dat de kinderen niet om vrijuit plezier te maken, en je zag duidelijk dat niemand daar tegen z’n zin was. Wel merkten we uit onze ooghoeken dat ook de ouders soms niet goed wisten wat de verklaring of zelfs de bedoeling eigenlijk was, of dat zij onterecht dachten dat een toestel defect was.
SPARKOH!?
SPARKOH! is gelegen in Frameries, op 10 kilometer van Bergen. De locatie is een herbestemde steenkoolmijnsite en heeft dan ook een heel andere uitstraling dan het modernere Technopolis. Van buitenaf gezien lijkt het gebouw niet veel meer dan één lange, lichtjes hellende schacht. Leeswaarschuwing: later bleek de site véél groter dan dat, met vier gebouwen, meerdere verdiepingen en een grote centrale speelruimte in openlucht, waar je makkelijk een hele dag in kan ronddwalen.


We waren mentaal voorbereid op een dagje in het Frans, maar al heel snel volgde de eerste aangename verrassing: we werden welkom geheten in zowel het Frans, Nederlands, als Engels. En dat bleek een rode draad doorheen heel SPARKOH!. De eerste ruimte eenmaal binnen is inhoudelijk heel gelijkaardig als de centrale zone van Technopolis, vol interactieve installaties om te spelen en experimenteren. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat er hier best wat overlap is tussen de beide centra. Maar we hebben wel een bijzondere appreciatie voor de aanpak van SPARKOH!, waar je bij elke installatie instructies of speeltips kreeg. Daarbovenop had elke tafel ook een informatief bordje met zowel een toepassing in het dagelijks leven als een cutting-edge toepassing of onderzoeksdomein, en dat bovendien in het Frans, Nederlands én Engels.


Ook hier konden we ons volop uitleven met centrifugale krachten, magneten, elektriciteit, golfbewegingen, tensegriteit, vier-op-een-rij in drie dimensies, kegelsneden, hefboomprincipes, en nog veel meer.



Helemaal bovenaan landden we op een grote ruimte waar de vloer op een drukbezochte dag vol zou liggen met constructiematerialen en blauwdrukken, maar helaas niet op een ongelukkig getimede zondag.


Nog verder was er een expositie over steenkool en de geschiedenis van de mijnsite die later SPARKOH! werd.


Het begon stilletjesaan te dagen hoe groot SPARKOH! eigenlijk is. We hadden al door dat er enkele verdiepingen lager te bezoeken waren, maar er kwam na de mijnbouwgeschiedenis een volgende expositie over STE(A)M-beroepen van de toekomst, over chemische elementen (met een ingebouwd laboratorium voor workshops), en over het universum!




Zeker de tentoonstelling Cosmos maakte indruk. Je kon er een meteoriet of een stukje rots van Mars aanschouwen, er hing een replica van de (primaire spiegel van de) James Webbtelescoop in de lucht en er was een kamer vol ligkussens waar op het plafond een film over ons universum werd geprojecteerd om stil van te worden. En iedereen kon er iets van z’n gading vinden: praktisch tegenover een getufte muur en knikkermodel voor de jongsten was er een hoekje met de einsteinvergelijkingen uit de algemene relativiteitstheorie.





Dat was het dan zowat zeker? Verre van. We passeerden nog een makerlab/workshopruimte, een expo over de natuurkrachten en weersverschijnselen op onze planeet, dan nog ene over duurzame energiebronnen, een expo over de zintuigen en organen in het menselijk lichaam, ene over sport, en dan zijn we er ongetwijfeld nog vergeten.


Het moet nog eens gezegd worden: de verscheidene tentoonstellingen waren absoluut geen droge bedoening maar staken tjokvol interactieve elementen. Je kon in een windtunnel kruipen, het effect van een parabolische spiegel voelen aan de hand van warmte, knikkers in zwarte gaten katapulteren, muziek programmeren, sneeuwval, tsunami’s en aardbevingen simuleren, elektriciteit opwekken, …



Het viel ons wel een paar keer op dat er in de vertalingen naar het Nederlands een foutje was geslopen, meestal onschuldig, soms minder. Zo ging het in de chemie-expo plots over diazote, en dat bleek over stikstofgas N2 te gaan. Stikstof in het Frans is azote, dus de frank is snel gevallen. En achteraf blijken er van dat woord met een Griekse oorsprong nog sporen te vinden in het Nederlands en Engels, zoals diazoniumverbindingen, dus weer wat bijgeleerd! Maar een heel ander voorbeeld: wist je dat je gehoorzin steunt op botjes in je … teen!? Welja, in het Frans stond er duidelijk je oreille (of je oor) maar de vertaling moet vanuit het woord orteille (of teen) zijn gebeurd. Da’s toch het soort fout waarvan je je afvraagt hoe die door de kwaliteitscontrole is geraakt.
Ook de (aller-)jongsten kunnen plezier beleven in meerdere zalen: er was een klimruimte over drie verdiepingen heen, een donkere ruimte waarin je op allerlei manieren met licht kon stoeien, een ravotruimte met friemelelementen … en niet te vergeten, een buitenspeeltuin die we weliswaar niet bezochten in de sneeuw. Ons verdict over SPARKOH!? De moeite waard voor jong en oud.





Een woordje over toegankelijkheid
Wat bezielde ons om (eindelijk) eens Technopolis te bezoeken? Wel, we hadden een vriendin en haar dochter met een visuele beperking een informele audiodescriptie beloofd. Een volwaardige officiële audiodescriptie hebben beide centra immers niet. We vonden wel af en toe luisterhoorns in de beide musea. Volgens hun eigen webpagina over toegankelijkheid, biedt Technopolis ook voor enkele deeltentoonstellingen de teksten aan in hun app die compatibel zou zijn met voorleessoftware, en zou er een toegankelijke workshop Glibberwormen maken zijn. Die workshop stond weliswaar geen enkele keer ingepland gedurende de kerstvakantie en is ook nergens anders te vinden op hun website.
SPARKOH! heeft helemaal geen audiodescriptie of app, maar halfweg stuurden we toch al een berichtje “Als je nog eens tijd hebt, moeten we echt eens naar hier komen.” Technopolis was immers leuk gebleken, en met wat doorzettingsvermogen en creativiteit kon ze toch redelijk wat experimenten en demonstraties ontdekken. Maar we moesten veel gewoon overslaan en we waren alle vier danig overprikkeld door de grote drukte, suboptimale lichtinval en akoestiek — een heel contrast met een goed onderverdeeld, haast leeg SPARKOH! waar je veel meer kon voelen, horen en zelfs ruiken.
Ja, ook in Technopolis was er materiaal voor meerdere zintuigen, maar SPARKOH! bood vaak verschillende formats aan binnen hetzelfde thema. In Mechelen bijvoorbeeld hingen de prachtige planeten in ons zonnestelsel enkel hoog en groot op, terwijl je in Frameries minstens vijf versies van ons zonnestelsel vond: een poster met foto’s en uitleg per planeet, grote lichtgevende planeten aan het plafond, getufte planeten op kinderhoogte, een bewegend knikkermodel, en een reeks bollen op schaal om te vergelijken, allemaal aangevuld met filmpjes en luisterfragmenten. Het was uiteraard niet voor elk thema zo uitgesproken, maar de aandacht voor multisensoriële elementen viel op doorheen bijna alle deeltentoonstellingen.
Beide locaties waren rolstoeltoegankelijk, al waren er bij SPARKOH! enkele kleine hoekjes die niet goed bereikbaar zijn door de historische indeling van het gebouw. Ook het deel van de tentoonstelling op een hellend vlak zorgt ongetwijfeld af en toe voor interessante situaties. Anderzijds viel, achteraf gezien, het gebrek aan rustpunten of zitplaatsen in Technopolis enorm op: de enige zitplaatsen die ons in het oog sprongen bevonden zich in de minicafetaria in Doolhoofd, rond de ingang en in het restaurant. In SPARKOH! daarentegen stonden aan elke deeltentoonstelling hetzij vaste bankjes hetzij een set klapstoeltjes met een uitnodiging om even te rusten.
Op vraag kan je bij Technopolis wel een rolstoel gebruiken, als niet zo laagdrempelig alternatief. Ook een prikkelmand kun je gratis ontlenen aan het onthaal … al wil je misschien meteen een van de prikkelarme dagen proberen als je snel overprikkeld raakt. Op zo’n dag zijn er maar 300 bezoekers, worden prikkelarme ruimtes gecreëerd en worden vele kleine aanpassingen gemaakt. Een stappenplan van Toerisme voor Autisme vind je tot slot ook enkel voor Technopolis.
Kort samengevat, de beide wetenschappelijke doecentra hebben hun sterktes en zwakke punten. Wij zijn zeker geen experts in toegankelijkheid, en iedereen is anders, maar het was zeker een interessante opgave om een museum door deze lens te bekijken. Wie extra noden heeft, doet er in beide gevallen wellicht goed aan om een vriend of ondersteuner mee te nemen.

