Een week “Wetenschappelijke bordspellen”

Wat klinkt er aangenamer dan een week lang weten­schappelijke bord­spellen spelen met gelijk­gezinde geeks, doorspekt met thematische extra activiteiten? Dat was precies de inhoud van ons kamp “Weten­schappelijke bord­spellen” van 13 tot en met 17 juli. Toegegeven, de groep was kleiner dan we hadden gehoopt, maar dat maakte de gezellig­heid er zeker niet minder op! Je vindt in deze blog­post een foto­verslag van de week.

Om een collectie van meer dan 100 spellen tentoon te stellen waren meerdere banken nodig, zeker als we die wat wilden groeperen per thema.

Uiteindelijk waren we met vijf kampgangers. Wie graag bordspellen speelt, weet dat vijf geen ideaal spelers­aantal is, want de meeste spellen gaan tot hoogstens vier spelers. Bovendien was er al een opdeling tussen de deel­nemers: drie broers en zussen ener­zijds, en twee vriendinnen ander­zijds. Wij waren dan ook bang dat er de hele week lang twee groepen naast elkaar zouden spelen en dat de inter­actie beperkt zou blijven tot etenstijd …

Die angst bleek helemaal onterecht! Het gros van de tijd zagen we de vijf gewoon samen rond één tafel, onder elkaar nadenkend of discussiërend. We hoorden dat ze ook na afloop van het kamp contact wilden houden, dus we durven stellen dat ons doel om nieuwe vriend­schappen te smeden, met glans bereikt is.

Maandag

De week ging van start met een dag in the thema biologie. Om wakker te worden speelden we een potje Ecosystem, een snel kaart­spelletje waarbij je een tableau bouwt met land­schappen en dieren die elk op hun eigen manier punten scoren. Leerzaam, dat niet meteen, maar wel een licht verteerbare opener.

We brachten het kamp door op een paar honderd meter van het prachtige natuur­park Hageven –De Plateaux in Neerpelt, dus een uitgebreide wandeling met aandacht voor de natuur was een must. De kamp­week zou uiteindelijk nét geen officiële hitte­golf worden. Om de warmste momenten van de dag voor te zijn, gingen we dan ook in de voor­middag al op stap.

Het Hageven is de thuis van meer dan 70 vogelsoorten. Op suggestie van een vriend gingen we met de app Merlin bij de hand op stap, op zoek naar verschillende soorten vogels. Het helpt dat er op de wandel­routes enkele kijk­wanden en uitkijk­torens staan, en ook onze verre­kijkers wisselden geregeld van hand. We waren aangenaam verrast over de enthousiaste spontane gedachte­wisselingen. Was die ene eenzame vogel daar hoog op een paal boven het water, een aal­scholver? Of had die een rode plek op z’n hoofd en was het een uit de kluiten gewassen specht? Maar wat heeft een specht te zoeken uitkijkend op een vijver?

We hoorden en zagen uiteindelijk tal van vogels, al konden we helaas niet bij elk geluid stilstaan om de bladeren of het water af te zoeken: zwanen en meer­koetjes, geel­gorzen, groen­lingen en zwart­kopjes, groene spechten en vuur­goud­haantjes, karekietjes, kneuen en tuin­fluiters, zelfs een zeldzamere eider en casarca.

Eenmaal terug legden we Wingspan op tafel, een spel waarin je vogels verzamelt en dat intussen aan bekend­heid wint bij het grotere publiek. Op de kaarten staan bij elke vogel­soort wat interessante gegevens en een leuk weetje. We waren bijvoorbeeld verrast door de grote span­wijdte van een raaf — zou je hebben kunnen raden dat die meer dan een meter bedraagt? Iedereen vond het tof om vele gespotte vogels ook in Wingspan terug te vinden en op die manier nog iets bij te leren.

Voor de bordspel­connoisseurs: Wingspan gaat standaard slechts tot vijf spelers én speelt dan nog eens ontzettend traag. Met de juiste uitbreidingen kan dat aantal worden opgetrokken en zo kon ik zelf ook meespelen. Daarnaast zijn er met de “zwerm­modus” als speel­variant steeds twee spelers tegelijk aan de beurt en hoef je niet lang te wachten op elkaar. Het eerste grote spel van de week was op die manier een groot succes!

We hadden het idee om een steeds groter wordende post-it­muur te beginnen met opgestoken weetjes. Het idee werd warm best onthaald, maar het was vooral Wingspan die een bron van interessante wist-je-datjes bleek: doorheen de week kwamen er maar weinig post-its bij. Dat was niet noodzakelijk omdat er niks interessants meer te leren viel, zo bleek uit de nabespreking achteraf, maar eerder omdat de meeste andere spellen te veel concentratie vereisten om alle weetjes op de kaarten te kunnen appreciëren. (Of, minstens zo waarschijnlijk, misschien was de fun er gewoon van af?)

’s Avonds was er nog tijd voor enkele kleinere kaart­spelletjes: Loam over de rijkdom aan bio­diversiteit in de bodem, Subastral over de verschillende wereld­wijde biomen, en dan een heel ander spel Nobel Run over de academische wereld in een race naar 20 prestige­punten.

Maandag was een geslaagde opener van het spellen­kamp. Nadat de jeugd naar bed ging, konden wij alvast de spellen voor de volgende dag voor­bereiden, in het thema: astronomie.

Dinsdag

Dinsdag stonden we op met twee luchtige spellen. De eerste was StegegetS (what’s in a name?), een soort Yahtzee gespeeld op een gemeen­schappelijk groot blad papier: met de juiste dobbel­steen­combinaties kun je je ruimtereis tussen planeten, manen en asteroïden verder tekenen, idealiter in rechte lijnen en doorheen de routes van andere spelers. StegegetS veroorzaakte onverwacht veel hilariteit rondom de tafel. Wat een goeie worp met de dobbel­stenen niet al kan opleveren!

Daarna was er Earthrise, een dynamisch en origineel slagen­spel met meerdere rondes en missies waarin je stukjes verzamelt van de beroemde gelijk­namige foto (getrokken vanop de maan tijdens de Apollo 8-missie).

In de namiddag startten we een klepper van een bordspel op, namelijk SETI: Search for Extra­terrestrial Intelligence. We zaten met vier rondom een goed­gevulde tafel: twee spelers die het spel al kenden, een derde speler die eens uitgedaagd wou worden met een complexer spel, en ikzelf. We spelen er ruimte­agent­schappen die sondes doorheen het zonne­stelsel navigeren, landen op planeten en manen, sectoren van de hemel afscannen, data crunchen … op zoek naar sporen van buiten­aards leven. Over SETI kon je al lezen in onze blog­post over de beurs SPIEL in 2024; het was een debuut­spel dat in geen tijd de top 20 van meest populaire spellen in schoot, en ook aan onze speel­tafel felbesproken werd.

We hadden het thema astronomie niet voor niets op dinsdag gepland: net op die dag werd de Soyuz MS-29 gelanceerd, die drie astro­nauten naar het International Space Station bracht. We konden de live­stream meevolgen en bediscussiëren tijdens het spel en het avond­eten. Ja, dat potje SETI duurde een uur of vijf … We maakten de berekening en het resultaat verdiende een nieuw post-itje: “Tijdens één ronde in SETI maakt het ISS een volledige baan rond de aarde!”

Na het optellen van de laatste punten in SETI was het stilletjes­aan tijd voor een volgende activiteit. En je hoeft het niet ver te zoeken: we gingen sterren­kijken! Na een kleine wandeling vonden we een plekje waar we in alle richtingen goed konden zien. Uiteraard hadden we onze sterren­puzzel mee, dus we maakten het onszelf comfortabel en gingen aan de slag in een race tegen de klok. Alles moest namelijk ineen­gepuzzeld worden vóór het echt donker werd.

Ideale timing: mits een beetje hulp vielen de laatste puzzel­stukjes op hun plaats toen de eerste sterren al zichtbaar werden. Via het steel­pannetje in de Grote Beer vonden we algauw de pool­ster en dankzij het 3D-model herkenden we dan ook andere sterren, zoals Vega (in sterren­beeld Lier) en Arcturus (in Ossen­hoeder).

Ook hadden we opgezocht om hoe laat het ISS bij ons zou passeren. Het voelde best indruk­wekkend om het glanzende stipje over de hemel­koepel te zien glijden, zowat recht boven ons hoofd, wetende dat we enkele uren geleden nog live een module zagen koppelen. En als klap op de vuur­pijl: met een beetje geluk waren er die avond nog enkele vallende sterren waar te nemen door een meteoren­zwerm. Nét toen ik vroeg of iemand al ene heeft kunnen spotten, wees iedereen naar de hemel achter mijn rug met een uitgelaten “Ja, daar!” Uiteraard heb ik er daarna zelf geen meer gezien …

Woensdag

We hadden het dinsdag­avond laat gemaakt en profiteerden dus van een beetje uit­slapen. Woensdag zou wiskunde­dag worden, en zoals ons kamp “Abstract spelen, abstract denken” vorig jaar bewees, kunnen we daar makkelijk een hele week mee vullen! Op dit kamp gingen we het weliswaar niet zó fanatiek aanpakken. De gezamenlijke opwarmer van de dag was Seven Bridges, een roll-and-write geïnspireerd op de zeven bruggen van Konings­bergen.

Het originele plan was om daarna ook zelf het water op te gaan per kajak, maar door de hete periode werd er uitgerekend eerder in de week een vaar­verbod op de Dommel afgekondigd. Daar moesten we dus een streep door trekken en last minute een alternatief voor vinden. Het is de escape­room “Maffiagoud” van 3910 Seconds geworden. Iedereen leek het erover eens dat dat een waardige uitweg was!

Aangezien we dan toch in het centrum van Neerpelt waren, profiteerden we van een ijsje (of twee) en wat verfrissing tussen de fonteintjes. Een beetje buiten­activiteit was precies nodig, want de water­spelletjes werden op de kamp­locatie gretig verder­gezet.

’s Avonds werd er binnen nog gespeeld: enkele abstracte spellen zoals GIPF of YINSH kwamen op tafel, net als een kaart­spel One Zero One waarin twee spelers bits manipuleren. Allemaal samen speelden we tot slot nog enkele potjes Things in Rings, waarbij we coöperatief attributen in Venn­diagrammen trachtten reconstrueren.

Donderdag

Donderdag was het tijd voor chemie en fysica. Drie spelletjes leken ons ideaal voor de hele groep: Kluster, Lab Notes en Cat in the Box. In het behendigheids­spel Kluster probeer je als eerste je voorraad aan magneten kwijt te spelen in een gedeeld speel­veld, zonder dat magneten tegen elkaar kletteren. Het leuke eraan is dat er intussen varianten met grote ronde of drie­hoekige magneten bestaan, die je allemaal kan combineren tot één groot groeps­spel. Lab Notes is dan weer een roll-and-write waarin je organische chemische verbindingen samen­puzzelt. En Cat in the Box is een wel heel uniek slagen­spel, waarin je zelf de kleuren van de kaarten in je hand kiest … zolang je maar paradoxen vermijdt. Driewerf geslaagd!

In de namiddag wilden we iets volledig anders spelen: Tesla vs. Edison, een economisch spel in de tijden van de “war of the currents” en de bepalende concurrentie­strijd tussen wissel- en gelijk­stroom. Terwijl we stroom­voorzieningen uitbouwden in een net­werk van steeds meer steden, speelden onze bedrijven op de beurs en kochten we aandelen van elkaar. Waarschijnlijk zou onze manier van spelen elke lief­hebber van het 18xx-genre zich achter de oren doen krabben, maar we hadden alleszins dolle pret, en op het einde van het spel had toch zeker één sluwe speler de aandelen­markt lucratief kunnen manipuleren.

Voor donderdag­avond hadden we opnieuw een gezellig groeps­gebeuren gepland: s’mores maken rondom een kamp­vuur en daarna met de juiste chemische elementen kleur­rijke (maar uiteraard onschadelijke) vlammen tevoorschijn toveren. Door de aanhoudende droogte moest helaas niet alleen de kajak­tocht op de schop, maar ook dat kamp­vuur. We wilden de vele voor­bereidingen, materialen en experimenten thuis echter niet zomaar schrappen … Een mini­demonstratie in het formaat van een thee­lichtje mag dan stukken minder spectaculair zijn, de vlammetjes in groene, oranje en paarse kleuren waren nog steeds voer voor discussie — van chemische verklaringen tot toepassingen in een spookhuis.

Ook de s’mores gaven we niet zomaar op: een huis-tuin-en-keuken­variant in de oven draaide best behoorlijk uit. Daarnaast kregen we een tip voor een nieuw recept met banaan en chocolade, die eigenlijk in aluminium­folie in een kampvuur hoort. Over een oven­gebakken banaan waren de meningen eerder verdeeld.

Vrijdag

Voor vrijdag hadden we geen thema gepland: we gingen ervan uit dat er voldoende spellen zouden overblijven (en voldoende enthousiasme) om die laatste dag vrij te kunnen invullen. En ja hoor: er was nog animo voor een complexer spel Ada’s Dream. Die zet Ada Lovelace in de spotlight, een van de grond­leggers van de computer­weten­schappen. Ada Lovelace werkte samen met Charles Babbage aan een mechanische reken­machine en stippelde mee plannen uit voor een proto­typische computer, de analytical engine, die helaas nooit volledig gerealiseerd werd. Net als SETI op dinsdag vereiste Ada’s Dream meerdere uren aan planning en concentratie.

Aan de andere kant van de kamer werd er intussen xenon uit de lucht geëxtraheerd voor industriële toepassingen in de deck­builder Xenon Profiteer. Na wat meer chemie was er nog tijd voor astronomie en gingen we op zoek naar een nog onbekende planeet in het deductie­spel The Search for Planet X.

Dan was er nog het veel luchtigere Dr. Eureka: een behendigheids­spel waarbij je gekleurde knikkers overgiet tussen drie maat­bekers, zo snel mogelijk maar zonder morsen. Zelfs bij de niets­vermoedende ouders zou dit spel ’s avonds nog voor jolijt zorgen.

Maar aan alle mooie liedjes komt een eind. Terwijl de ouders onderweg waren, profiteerden we buiten van het zonnetje voor een aller­laatste groeps­spel, Poëzie voor Neanderthalers: een coöperatief/​teamspel met als uitdaging om lastige begrippen te beschrijven in alleen maar een­letter­grepige woorden. Geen spel voor slim hoofd dus, maar wel top voor eind van week, en pret voor elk!

Serieus, het deed ons zo’n deugd om vast te stellen hoe hecht het hele gezelschap was. Iedereen was het er unaniem over eens dat er volgend jaar een herhaling moet volgen. Er werd alleen spontaan één voorwaarde gesteld: volgend jaar opnieuw, maar dan twéé weken lang! Wel, we doen ons uiterste best …

Reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *